- Locatie
Zonnedauw
- Voorzitter
- Lukas Jacobs
- Toelichting
-
Aanvullende belasting op de personenbelasting.
Publicatiedatum = 28-01-2025
Agendapunten
-
1
Aanwezig: L. Jacobs, burgemeester-voorzitter; S. Lathouwers, J. Van den Bergh, J. Oerlemans, L. Van Gestel, M. De Bock, schepenen; K. Vanhees, H. De Schepper, M. Aerts, L. Peeters, C. De Rydt, D. Van Aert, I. Verhaert, C. De Roeve, S. Devos, J. Van Ginneken, L. Bernaerts, K. Francken, E. Selleslags, V. De Jonge, A. Francken, J. Luyckx, J. Bosmans en M. Bruyninckx, raadsleden;
V. Gabriels, algemeen directeur.
Verontschuldigd: R. Suykerbuyk, raadslid.
Juridische gronden
· Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
· Het Wetboek van de Inkomstenbelasting van 1992, meer bepaald de artikelen 465-470bis.
· De gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170, §4.
Historiek / feiten /context
· Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Argumentatie
· De continuïteit dient bewaard te blijven.
· Het bestuur wenst voor het aanslagjaar 2025 de aanvullende belasting op de personenbelasting niet te wijzigen en deze belasting dan ook vast te leggen op 7,5 procent.
BESLUIT
Bij 3 neen-stemmen van Monique Aerts, Hans De Schepper, Inga Verhaert, 5 onthoudingen van Stephanie Devos, Jeroen Luyckx, Ann Francken, Michaela Bruyninckx, Jan Bosmans, en 16 ja-stemmen van Koen Vanhees, Everd Selleslags, Kris Francken, Lies Bernaerts, Veerle De Jonge, Clarisse De Rijdt, Cindy De Roeve, Wies Peeters, Jorgo Van Ginneken, Didier Van Aert, Lander Van Gestel, Silke Lathouwers, Jef Van den Bergh, Jan Oerlemans, Maarten De Bock en Lukas Jacobs.
Artikel 1.-
Voor het aanslagjaar 2025 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 2.-
De belasting wordt vastgesteld op 7,5 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.
Art. 3.-
Deze beslissing wordt aan de toezichthoudende overheid bezorgd.